Logo thuisintwente.nl


alice plekkenpol
alice plekkenpol (Foto: Franklin Veldhuis)

Column Alice Plekkenpol:"Vogelvilla

  Column

Bij thuiskomst zag ik hem meteen zitten: de koolmees. In de vensterbank, aan de binnenzijde van het kamerraam, staarde hij me met zijn kraaloogjes aan. Heel rustig, alsof hij wachtte op een handje voer. Ik zette de achterdeur open en wapperde het beestje behendig naar buiten. Kwestie van ervaring, want het was niet de eerste keer dat ik een koolmees in de huiskamer aantrof. Eerder verdacht ik de kat ervan ze als prooi mee te brengen, maar inmiddels weet ik beter.

De vogels komen zelf naar binnen. Door het kattenluik, dat met een beetje wind wijd open blijft staan. Het luikje zit in de achterdeur, waarnaast een pot vogelpindakaas hangt. Daar foerageren de mezen onophoudelijk. Wat op de grond valt pikken ze ook nog op, en ja, dan zijn ze met slechts één hup door het luik binnen.

Ik begrijp die zoektocht naar eten wel. Het grote voederhuis staat namelijk nog niet in de tuin, terwijl het toch al oktober is. Na vele jaren trouwe dienst begaf het bouwwerk, destijds vogelvilla geheten met een bijbehorend prijskaartje van 140 gulden, het dit voorjaar. Een passende vervanger heb ik nog niet gevonden.

Ik rij wekelijks kriskras door Twente en op elke plek waar ze voederhuisjes kunnen verkopen, van tuincentra en zorgboerderijen tot herfstfairs, speur ik rond. Meestal tref ik de standaard snelle knutselexemplaren: drie dikke boomstamachtige poten met daarop geschroefd een piepklein plankje. Dat wil ik niet, dus kom ik steeds met lege handen thuis. De ter ziele gegane overdekte voederplek was gemaakt van degelijk hardhout, had een elegante vormgeving en was van alle luxe voorzien. Een fors overdekt plateau dat ook plek bood aan grote vogels, stokjes voor het aanvliegen en haakjes om vetbollen aan op te hangen. Zo'n villa scoor je niet zomaar.

Terwijl ik nog steeds zoekende ben en bijna overweeg een makelaar in de arm te nemen, dringen de hongerige vogels zich steeds meer op rondom mijn woning. Zij weten dat mijn tuin in de herfst altijd transformeert in een vijfsterrenrestaurant, maar daar maakte die voedervilla bijna twee decennia lang wel deel van uit. En die staat er nu niet meer.

Gisteren fladderde het vaste paartje tortelduiven zoekend rond. Met regen of sneeuw kropen ze vaak dicht tegen elkaar aan in het huisje. Een aandoenlijk gezicht. Een brutaal roodborstje landde vanochtend op de drempel van de buitendeur en keek mij aan met een dwingende blik van 'waar blijft al dat lekkers nou?'

Inmiddels voel ik mij behoorlijk opgejaagd. De eerstvolgende vrije dag zoek ik net zo lang naar een geschikt voederhuis tot ik er een vind. Dat scheelt een boel ongewenste visite.

Alice Plekkenpol is journalist en woont in Twente

Meer berichten