Logo thuisintwente.nl


Foto: Franklin Veldhuis

Colum Alice Plekkenpol: Bergen

  Column

De Holterberg, de Noetselerberg, ze zijn mij hoog genoeg. En mijn auto ook, zo ondervond ik recent. Ik ging een week naar Crans Montana in Zwitserland, gelegen tussen 4.500 meter hoge Alpenreuzen. Het rijden door het middelgebergte van Eiffel, Moezel en Vogezen verliep naar wens. Maar bijna ter plekke ging het laatste stukje steil naar boven. Crans Montana ligt namelijk op 1.500 meter, en is alleen bereikbaar via smalle haarspeldbochten.

De weg met een stijging van 12 procent bleek alleen geschikt voor vierwielaandrijving of zeer ervaren bergchauffeurs. Ik val ik geen van beide categorieën en strandde dan ook al na de derde bocht. Stank en rook kringelden onder de motorkap vandaan, schakelen ging niet meer, dus ik zette de wagen snel aan de kant van de weg. Motorkap omhoog, waterfles uitgieten om een mogelijke brand te voorkomen, en daarna een flinke vloek.

Ik belde de dichts bijzijnde garage, die 15 kilometer verder zat. De garageman sprak veel Italiaans en weinig Frans, maar de woorden 'beaucoup de fume et un peu de feu' deden alle alarmbellen afgaan. Ondertussen meldden zich twee politieagenten die het verkeer op de smalle weg regelden. Terwijl ik nog met de garage belde, kwam een collega in een sleepwagen toevallig mijn kant op. Ik vond al dat hij erg snel ter plaatse was. Salvatore, de reddende engel in verkeersnood, sprak eveneens Italiaans, maar begreep gelukkig meteen wat er aan de hand was. De nog rokende auto werd op de sleepwagen getrokken, ik moest in de camion klimmen en zo reden we heel langzaam de berg op naar Crans Montana. In de garage werd de wagen nagekeken. Er bleek niets ernstigs aan de hand, de motor en vooral de koppeling en versnellingsbak hadden rust nodig. En een betere chauffeur.

Het voltallige garagepersoneel, drie man sterk, leerde mij met behulp van Google Translate op de mobiele telefoon, maar nog meer door mijn linkerbeen vast te pakken en te verschuiven, hoe de koppeling zo veel mogelijk te ontzien. Betalen met een pinpas kon niet, Zwitserse franken had ik nog niet, maar geen punt: 'Kom later deze week maar een keer langs.' Dat deed ik, met een fles wijn die Salvatore licht deed blozen.

Eenmaal in het vakantiehuis hoorde ik van een Nederlandse buurvrouw dat een oververhitte koppeling een bekend probleem is in de bergen, zeker bij Nederlanders die niet gewend zijn daar te rijden. Ik besloot de rest van de week de auto zo min mogelijk te belasten. Het huis met magnifiek uitzicht over de bergen en het Rhônedal en wandelroutes voor de deur bood volop vertier. De terugreis verliep voorspoediger. Volgend jaar maar naar de Sallandse Heuvelrug.

Alice Plekkenpol is journalist en woont in Twente

Meer berichten