Logo thuisintwente.nl


alice plekkenpol
alice plekkenpol (Foto: Franklin Veldhuis)

Colum Alice Plekkenpol: In mei

  Column

Onlangs nodigde mijn zus mij uit voor een kop thee. Ze woont aan de rand van een grote Twentse stad. De kleine achtertuin is haar lust en haar leven. Groen, vol gras, struiken, planten en zelfs bomen. Daartussen een arsenaal aan keramiek en metalen tuinornamenten, Tibetaanse windgongs en oplaadbare lampionnen. De Efteling is er niets bij.

Het was mooi weer dus wij konden buiten zitten. Dat vereiste echter enige instructies vooraf. In de klimop achter de deur zat een merelnest. Dus de achterdeur mocht slechts op een kier open. En of ik wilde bukken, het mezenkastje boven de deur werd ook bewoond. Ik wurmde mij naar buiten, richting terras. Dat bleek verboden terrein, want een tijdelijk knooppunt van vogelvliegroutes waar de verkeersleiding op Schiphol nog de handen vol aan zou hebben. Zitten mocht alleen in de verste uithoek van het tuintje, de enige nog vogelvrije plek.

We kletsten wat bij, maar het kostte snel moeite mij te concentreren. De vogels vlogen af en aan. En hun jongen piepten luidkeels wanneer een van de ouders met een vette worm verscheen. Het hield niet op, en hoe meer ik er naar luisterde, hoe harder en dwingender het gepiep klonk.

"Word je hier niet onrustig van?" vroeg ik voorzichtig. "O nee, helemaal niet", antwoordde ze. "Het is toch mooi dat die eitjes uitkomen? Zeker met al die vergiftigde buxusrupsen is het een wonder dat de mezenkastjes gevuld zijn." Kastjes? Ik keek rond en ontdekte er nog twee. En dat alles op ruim twintig vierkante meter.

Ze wees naar een laagvliegende koolmees. "Die gaat eerst in die glansmispel zitten en dan koerst hij met een bocht het kastje in. Na nog geen tien seconden komt hij er uit met een bolletje poep in zijn bekje."

Het klopte als een zwerende vinger. "Aan het volume van het gepiep kan ik afleiden hoe oud de jongen ongeveer zijn. Die daar (ze wees richting schuurtje) vliegen over een paar dagen uit. De kat krijgt dan huisarrest, want de jongen blijven eerst vaak een tijdje in het gras zitten." Ik vroeg hoe lang het hele proces duurde. "Drie weken maar, althans het voeren. Daar gaan natuurlijk ook nog een paar weken broeden aan vooraf, én het nestje bouwen, én een geschikte plek zoeken", somde ze op. Al met al een behoorlijke periode, berekende ik snel, om je naar een hoekje van de tuin te laten verbannen.

Ik knikte begripvol over zoveel dierenliefde, terwijl het gepiep steeds meer op mijn zenuwen begon te werken. "En weet je wat nu het allerleukste is?" kwetterde ze vrolijk verder. "Bijna alle vogels beginnen direct daarna aan een tweede leg!"

Alice Plekkenpol is journalist en woont in Twente

Meer berichten