alice plekkenpol
alice plekkenpol (Foto: Franklin Veldhuis)

Column Alice Plekkenpol: Eeuwige rust

  Column

Begraafplaatsen, ik ben er dol op. Hoe ouder hoe liever. Tijdens vakanties sla ik bijna geen dodenakker over, of het nu ergens in Friesland, Frankrijk of Peru is. Graag slenter ik een uurtje langs de zerken, lees wie er zoal rusten onder scheef gezakte stenen. Vaak schrik ik van de leeftijden. 'Kijk, die werd maar 35 jaar. Geveld door Spaanse griep, of onder een koets gekomen?' Gelukkig is ook humor vaak nabij. De tekst 'Wij zullen je nooit vergeten' op een verpauperd graf is ronduit komisch. De spelfout op de Bornse begraafplaats, waar een bedovergrootmoeder ligt, eveneens.

Het meest indrukwekkend zijn oorlogsbegraafplaatsen. Rijen witte kruizen of stenen op een strak gemaaid grasveld. Alleen maar jonge mannen, nog aan het begin van hun leven. Of het nu de Canadese begraafplaats in Holten is, of het immense veld in Verdun, ik word er altijd stil van. Het zijn meestal tevens toeristische trekpleisters. Is dat erg? Nee, zolang je er maar respectvol rondloopt. Dat geldt evenzeer voor graven van bekende mensen. Toen ik een paar jaar geleden in Lage Vuursche was, reed ik even naar het kerkhof naast kasteel Drakensteyn. In de verste hoek lag prins Johan Friso. Zijn graf oogde een beetje verwaarloosd. Buren vertelden dat prinses Beatrix het bijhoudt. Dan kan ze kennelijk beter boetseren dan tuinieren. Er was nog een paar toeristen, maar niemand maakte een foto en iedereen hield afstand. Zo hoort het.

Voor mij stond altijd vast dat ik ooit, in een verre toekomst, begraven wil worden. Sinds kort twijfel ik een beetje. Recent was ik op een Twentse begraafplaats waar al na tien jaar graven geruimd worden. Tien jaar! Dan is een lijk nauwelijks afgekoeld. Op diezelfde begraafplaats drong tevens het woord 'kermis' zich aan mij op. Overal knuffels, fotolijstjes, betonnen beeldjes, half vergane kerststukken. En om de concurrentie met het veel populairdere cremeren aan te kunnen, bood de begraafplaats ook nog eens een scala aan asbestemmingen. Ik keek verbijsterd naar de urnenmuren, strooivelden, urnenkunstwerken en zelfs een heuse urnenbegraafplaats. Voor mensen die niet kunnen kiezen tussen begraven en cremeren, denk ik dan.

Cremeren lijkt mij trouwens helemaal niets. Loop je zomaar het risico verwerkt te worden in een sieraad of tatoeage. En het kan nog erger. Onlangs hoorde ik dat vier kinderen de as van hun overleden vader hadden verdeeld. Stel je voor dat je anderhalf been van je vader in een vaas in de kamer hebt staan. Beetje bizar.

Vooralsnog houd ik het dus toch maar op begraven. En dan graag wel voor eeuwig. Kan er over honderd jaar ook iemand bij mijn steen overpeinzen: 'Kijk, die werd maar 85 jaar.'


Alice Plekkenpol is journalist en woont in Twente

Meer berichten