Logo thuisintwente.nl


alice plekkenpol
alice plekkenpol (Foto: Franklin Veldhuis)

Column Alice Plekkenpol: Topsport

  Column

Hij veegde vorige week door zijn smartphone. "Ik denk dat ik straks maar vrij neem. Zoveel carnaval, daar moet ik echt van bij komen." Deze doorgewinterde collega plande netjes een paar vrije dagen. Hij weet dat carnaval vieren topsport is. Je zult ze echter de kost moeten geven, werknemers die zich deze week ziek melden vanwege een forse kater of verzwikte enkel na te hevig hossen. Altijd een lastig dingetje, vooral voor niet-carnavalvierders.

Ik behoor tot die laatste categorie. Voor een buitenstaander blijft carnaval een vreemd gebeuren. Alleen al het feit dat je een jaar van tevoren in de agenda noteert wanneer je drie dagen compleet uit je dak mag gaan. Hossen en hijsen op commando in overvolle feesttenten, zalen en kroegen, je moet het maar willen.

En hoewel er voorzichtig een kentering merkbaar is (enkele carnavalsverenigingen hebben inmiddels vrouwelijke aanvoerders), blijft het feest nog overwegend een mannending. Ook dat staat mij tegen. Net als die prinsen, adjudanten, Raad van Elf, proclamaties, gala's, Rosenmontag en meer tradities waar een buitenstaander weinig weet van heeft. Zelfs bij het carnavalminnend deel der natie vervaagt die kennis snel. Voor het gros draait het alleen nog maar om zoep'n en angoan. Laten we eerlijk zijn, het halen van een askruisje op woensdag levert toch al lang geen rijen wachtenden meer op. En hoeveel carnavalvierders zouden er nog serieus vasten? Kinderen die veertig dagen lang snoep in een trommeltje bewaren, volwassenen die de drank anderhalve maand laten staan? Vermoedelijk kun je die op de vingers van een hand tellen.

Toch gaat carnaval niet helemaal aan mij voorbij. Vroeger smulde ik al van roddels over katholieke buren, waar steevast in november een baby werd geboren met een licht verstandelijke afwijking. Te veel foezel in 't zaad, fluisterde de straat. Nu lopen vrienden uit Neede mee in de optocht. Zij waarderen het zeer als ze vanaf de stoeprand worden toegejuicht. Dus sta ik braaf te applaudisseren. In het begin pikte ik er weleens een 'verkeerde' groep uit. Zwaar geschminkt herken je zelfs je beste vrienden niet. Tegenwoordig informeer ik eerst naar de act of nog lieve het startnummer, dit om pijnlijke misverstanden te voorkomen.

Kreeg ik dankzij deze ervaringen al een zwak voor dappere, creatieve eenlingen en kleine groepen, sinds kort kunnen ook praalwagens op mijn sympathie rekenen. Recent bezocht ik in Borne een hal waar opnieuw overwegend mannen werkten aan hun creaties. "Het bouwen vinden we een van de leukste onderdelen van carnaval," vertelden zij. Gelukkig maar. Want het is nogal wat, vele maanden werken aan een gevaarte dat vervolgens slechts één rondje door het dorp rijdt. Inderdaad, carnaval is topsport.

Alice Plekkenpol is journalist en woont in Twente

Meer berichten