alice plekkenpol
alice plekkenpol (Foto: Franklin Veldhuis)

Column Alice Plekkenpol: Depot

  Column

Al lange tijd heb ik een museumjaarkaart. Het voordeel van zo'n kaart is dat je snel even ergens binnen stapt, waar je normaal geen 12,50 euro voor zou neertellen. Zoals het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Daar is momenteel de mooie expositie Lief en leed te zien, absoluut een aanrader. Maar waar ik tot voor kort na de tijdelijke tentoonstelling nog graag een rondje langs de vaste collectie liep, bleek dat recent een flinke afknapper. De door de familie Van Heek verzamelde werken hingen er niet meer, verbannen naar de krochten van het pand. Ook de wand barstensvol doeken en panelen, vlakbij de ingang, was foetsie.

Nu weet ik dat menig museum 80 tot 90 procent van de collectie in de kelders heeft staan. Hoe zonde! Dat heerlijk nostalgische winterlandschap van Schelfhout zal mooi staan boven mijn bank, en de kleurrijke rots van Monet kan ik nog wel bij de piano kwijt. De kleine Brueghel, die ooit tijdens opnamen voor Tussen Kunst en Kitsch opdook, doet het overal goed.

Twee roze blikken en een stuk touw, is dat nou kunst?

Wat voor al die oude meesters in de plaats kwam? Veel lege gangen en zalen met name. Grote ruimten met een enkel modern knutselwerk waarvan ik de diepere betekenis niet kon ontdekken, en waar ik dus snel aan voorbij ging.

Als ik een museum bezoek wil ik namelijk veel zien en beleven. Dat mag desnoods best een beetje gedateerd of zelfs oubollig zijn. Zo sla ik in Groningen het grote museum bijna altijd over, want van die balzalen met daarin twee roze blikken en een stuk touw. Het zal wel hogere kunst zijn, maar ik begrijp het niet en vind het zonde van de ruimte. Dan stap ik liever even binnen bij het stoffige Universiteitsmuseum. Gratis en verrassend, met baby's en dieren op sterk water, prehistorische rolstoelen en de spreekkamer van Aletta Jacobs.

Kennissen verbazen zich er wel eens over dat ik zeker dertig musea per jaar bezoek. "Wat moet je toch met al die schilderijen?" vragen ze dan. Tot ik uitleg dat ook kastelen, openluchtmusea en bijzondere tuinen ertoe behoren. Daar breng je soms zo een volle dag door. In Enschede is mij dat overigens nog nooit gelukt, de laatste keer zelfs nog geen vol uur.

Kort na mijn zo teleurstellende bezoek aan de Lasondersingel nam ik contact op met het museum. Zulke bijzonder doeken in depot, dat kon eigenlijk niet. Het museum was dat roerend met mij eens. "Ze krijgen straks een nieuwe plek, in de schatkamers. En we hangen er zelfs nog wat extra schilderijen bij."

Binnenkort toch maar weer een bezoekje plannen.

Alice Plekkenpol is journalist en woont in Twente

Meer berichten