Foto:

Column Sharon Ponsteen: Niet op prijs

  Column

Mijn opa was een veehandelaar. Toen hij ooit samen met zijn handelsmaat van een veemarkt kwam, stopten ze bij een restaurant op de grens van Twente en Salland voor een kopje koffie. Het restaurant was toen, en dat is het eigenlijk nog steeds, een aardig sjieke gelegenheid. Mijn opa en zijn compagnon liepen in hun overall en op de klompen naar binnen. Ze bestelden twee kopjes koffie. De ober reageerde wat verbaasd, maar leverde de bestelling netjes bij de tafel af. Weliswaar met een bijbehorend briefje. Waarop stond geschreven: 'Uw komst wordt hier niet op prijs gesteld'.

Mijn opa reageerde kalm en vroeg de ober om de rekening. Hij betaalde met een briefje van 1.000 gulden waarop de ober gechoqueerd had gereageerd. Daar hadden ze niet van terug. Letterlijk en figuurlijk niet.

Mijn opa is inmiddels meer dan dertig jaar geleden overleden en dit verhaal stamt dus van jaren terug. Ik heb het van horen zeggen, maar het is altijd blijven hangen. En het is een niet op zichzelf staand incident. Ik zie het op kleinere schaal om me heen gebeuren. De mensen in een kledingwinkel waar opeens drie verkoopsters tegelijk omheen staan te drentelen. Het restaurant waar je zelf heel lang moet wachten op een drankje terwijl bij een tafeltje verderop de drankjes én aandacht van de ober rijkelijk vloeien.

Dat geld überhaupt een maatstaf is waaraan je kennelijk extra service kunt ontlenen, vind ik al van de zotte, maar dat het vermoeden op geen geld een slechte service met zich meebrengt vind ik eigenlijk nog veel erger. Misschien heeft iemand wel heel lang moeten sparen voor dat ene speciale avondje uit of is er wekenlang getwijfeld over die dure trui. Dan verdien je wat mij betreft minstens zoveel aandacht.

Gelukkig kan het ook anders. Een paar dagen geleden sprak ik een kledingverkoopster toen ik zelf op zoek was naar een nieuwe trui. Na veel passen liep ik uiteindelijk met een trui van drie tientjes de winkel uit. Een trui die ik vervolgens ook nog eens ruilde. De verkoopster bleef uiterst vriendelijk en had alle begrip. We raakten in gesprek. Ze vertelde mij dat ze haar oude leraar in de winkel tegen het lijf was gelopen. De man had haar op een wat vreemde manier gevraagd of dit was waar ze terecht was gekomen. Ze voelde zich rot onder zijn denigrerende opmerking. Ik snapte haar gevoel, maar ik denk alleen dat die docent het niet helemaal snapt. Juist mensen als zij kunnen het verschil maken. Zij kunnen een moment voor iemand maken of breken. Zij kunnen mensen de aandacht geven die ze verdienen, ongeacht hun afkomst of ogenschijnlijk gevulde bankrekening. Deze verkoopster snapte dat.


Mocht ik een briefje van 1.000 gulden, nu 500 euro, in handen hebben dan ga ik daar in die winkel zeker mee betalen. Maar in dit geval maak ik het dan ook helemaal op.


Sharon Ponsteen is schrijfster en woont in Twente

Meer berichten