alice plekkenpol
alice plekkenpol (Foto: Franklin Veldhuis)

Column Alice Plekkenpol: Surprises

  Column

Sinterklaas werd bij ons thuis altijd uitbundig gevierd. Dat was in de tijd dat pieten nog zwart waren, en Sint-Nicolaas een kindervriend zonder vunzige bijgedachten en #MeToo.

Mijn moeder nam ons steevast mee naar de intocht bij de Enschedese haven. Diezelfde avond mochten wij voor het eerst de schoen zetten. Ons huis telde drie schoorstenen, waarvan een op het platte dak van de keuken. Dat bood betere klimmogelijkheden dan het steile puntdak waar de andere twee schoorstenen prijkten.

Via het kolenhok klom mijn vader op het dak. Wij stonden al minstens een kwartier onze kelen schor te zingen onder de schoorsteen, wachtend op het lekkers dat zou komen. Mijn vader brulde naar beneden: "Zijn hier nog stoute kinderen?" "Neehee", gilden wij terug. Daarna kieperde de tijdelijke piet van dienst een zak pepernoten door de schoorsteen. Voorafgegaan door een lading roet en restanten van een vogelnest vlogen wij de keuken door, graaiend naar het vies geworden snoepgoed. Mijn moeder poetste de rest van de avond de keuken.

Een week later (schoen zetten mocht alleen op zaterdag) bleef mijn vader op de grond. Hij zette een alpinopet op het hoofd, trok zwarte handschoenen van mijn moeder aan en poogde ongezien snoep via een keukenraam naar binnen te mikken. Dat daarbij een deel van zijn gezicht voor het raam zichtbaar was had hij niet door. Mijn zusje wel. Die wees naar buiten en riep: "Kijk, papa, met mama's handschoenen aan!" Mijn moeder pieste letterlijk in de broek van het lachen.

Kleuters worden snel groot en verliezen dan hun geloof. Misschien wel de leukste en zeker meest creatieve jaren. Wij kregen extra zakgeld om cadeautjes te kopen, schreven onze eerste gedichten en knutselen de vingers blauw. We bouwden machines, landhuizen en levensgrote poppen. Het heerlijk avondje verliep nooit rustig, met speurtochten door het huis en bezoeken aan buren waar grote cadeaus waren gestald.

In latere jaren sloeg de meligheid toe. Gedichten werden korter. Bij 'Van deze letter word je weer wat vetter' hoorde een grote doos. Er zat geen banket of chocolade in. Op een stuk karton lag een letter van speklapzwoerdjes. Die reepjes spek waren door de warmte behoorlijk ranzig geworden. Het 'Dank u Sinterklaasje' bleef uit, de ontvanger toonde zich niet echt blij.

Het dieptepunt moest toen nog komen. Iemand met een onvervulde kinderwens kreeg een beschuit met muisjes. Ik woonde destijds op een boerderijtje, en mijn kat ving ze dagelijks. Drie niet al te gehavende exemplaren had ik in een boterhamzakje in het vriesvak bewaard. Ze pasten mooi op de beschuit. Die surprise betekende een abrupt einde van het Sinterklaasfeest. Sindsdien rijdt Sint altijd stilletjes ons huisje voorbij.


Alice Plekkenpol is journalist en woont in Twente

Meer berichten