Logo thuisintwente.nl


Foto:

Column Sharon Ponsteen: Domme boerin

  Column

Dialectsprekers hebben gemiddeld genomen enige achterstand op ABN-sprekers. Ik lees ook dat mensen die zelf accentloos praten, dialectsprekende mensen als dommer zien en hen lager beoordelen.

Ik ben dan wel geen echte dialectspreker, maar mijn accent is nietsverhullend. Tegenwoordig tackel ik de opmerking 'je hoeft niet te vragen waar jij vandaan komt' bij voorbaat al. Ik begin mijn voorstelronde steevast met: 'Jullie kunnen vast wel raden waar ik woon.' En terwijl ik het zeg, ben ik er trots op.

Hoe anders was het zo'n tien jaar geleden. Als een toch wat wereldvreemde student uit een klein dorp in Twente stond ik opeens in de grote stad. Ik was wel buiten de Twentse landgrenzen geweest, maar dan verkeerde ik vrijwel altijd in Twents gezelschap. Accent deed er dus niet toe. Totdat ik tijdens een van de eerste colleges mijn etui met een rotgang van de collegebanken liet stuiteren. Ik had 'shit, 'potverdorie' of elk ander woord kunnen gebruiken, maar automatisme zorgde voor de kreet 'ooh, ooh.'

Gevolg was een 'oooh, oooooh, Almelooo' vanuit een tot aan de nok toe gevulde collegezaal. Daarop volgde een lachsalvo die gevoelsmatig minutenlang aanhield. Ik wilde de boel sussen door 'grappig hoor' te zeggen, maar slikte het op tijd in aangezien de 'oo' in 'hoor' mij niet zou redden. Ik heb daarna lang in de veronderstelling geleefd dat ik gezien werd als de domme boerin uit het oosten. En volgens het artikel dat ik nu lees klopt dat ook wel.

Tot ik een medestudent sprak die zei dat mijn accent eigenlijk best aandoenlijk klinkt. Het was niet per se de vaststelling waar ik naar op zoek was, maar ik vond het wel mooi. Een dialect zegt wat over je. Het onderscheidt je en maakt je tevens herkenbaar. Als ik ergens kom en mensen vragen me of ik goed te pas ben, voel ik verbondenheid. Ik word niet gecorrigeerd als ik de koekjes slof vind of als ik iets onmeunig lekker vind. En dat vind ik fijn.

Een tijd geleden sprak ik een oude bekende die van het platteland naar de stad verhuisde. Zij gaf toe altijd om Pepsi te hebben gevraagd. De colaaa zou haar afkomst hebben verraden. Tien jaar geleden zou ik het snappen, nu denk ik alleen maar terug aan de woorden van mijn vader: 'Verloochen je afkomst niet.'

Sharon Ponsteen is schrijfster en woont in Twente

Meer berichten