Logo thuisintwente.nl


Column Alice Plekkenpol: Muis in huis

  Column

De hoogbejaarde kat waar ik een week op moet passen heeft een muis gevangen. Ik tref het onthoofde beestje aan in de gang, in een plasje vers bloed. Met een stuk huishoudrol raap ik het kadaver van de grond. Waar laat je eigenlijk zo'n lijk? Bij het restafval, of in de groenbak? Pragmatisch kies ik de container die het eerst geleegd wordt, voordat de maden er met dit warme weer volledig bezit van nemen.

Dode muizen ben ik niet gewend, levende wel. Mijn eigen kat neemt er regelmatig een mee naar huis. Die vangt hij in de achtertuin. Onlangs heeft hij een grote bij zich. Een rat, denk ik eerst nog. Maar het blijkt gelukkig toch een muis. Heel dik en vooral heel snel. Geoefend als ik inmiddels ben, weet ik zo'n grijze viervoeter doorgaans binnen een kwartier te vangen, met behulp van visnet en een doosje. Dan gaat 'ie levend de tuin weer in. Kattenluik meteen dicht natuurlijk, anders huppelt die muis binnen vijf minuten opnieuw door de kamer.

De muis heeft zich boven op de luxaflex verschanst en lijkt ons uit te lachen

Soms is dat vangen echt een eitje. Dan is de kat een beetje ruw te werk gegaan en brengt hij een gehavend exemplaar binnen. Pootje eraf, een flinke hap uit het lijfje, dat soort werk. Eerlijk gezegd word ik daar niet blij van. Een muis is ook een levend wezen, en dat laat ik graag zo. Ze zien er zelfs allervriendelijkst uit, met die grappige oortjes en vrolijke kraalogen.

Bij zware verwondingen is een drastische maatregel, lees euthanasie, onontkomelijk. Ooit gaf iemand mij de tip een bijna dode muis te verdrinken in een emmer water. Dat doe ik dus nooit meer. Een muis kan zwemmen, en nog zie ik de minutenlange doodstrijd van het arme dier. Dus tegenwoordig leg ik een verzwakte muis tussen twee kranten en sla daar een keer heel hard met een moker op.

Deze dikke muis zit nog vol levenslust. Hij laat zich totaal niet pakken. Als een Speedy Gonzalez vliegt hij kriskras de kamer door. Achter de bank, onder de tv-kast, tegen een muur op. Ik schuif alle meubels van de wand. Zo kunnen de kat en ik samen op jacht. Tevergeefs.

De volgende dag heeft de kat zijn interesse in de nieuwe huisgenoot al lang verloren. De muis heeft zich boven op de luxaflex verschanst en lijkt ons uit te lachen. Weer een dag later zie ik het diertje niet meer. In een stil hoekje bezweken? Opgepeuzeld? Of als een ware Houdini door het kattenluik ontsnapt?

Fijn, eindelijk rust. Ik plof opgelucht op de bank. En hoor meteen weer pieeeep...

-Alice Plekkenpol is journalist en woont in Twente

Peter koehorst
reageer als eerste
Meer berichten