Logo thuisintwente.nl


alice plekkenpol
alice plekkenpol (Foto: Franklin Veldhuis)

Column Alice Plekkenpol: Droog

Droogte! Hittegolf! Watertekort! De krantenkoppen schreeuwden ons de afgelopen weken allerlei rampspoed toe. Net terug van vakantie in een ver woestijnland, en de kranten doorbladerend, dacht ik juist even klaar te zijn met hitte en droogte. Maar nee, in Nederland kon het kennelijk altijd nog een graad erger. Zou de Dinkel al zijn drooggevallen? De grond van de Usseler Es totaal gebarsten? Niets van dat al. Ik keek om mij heen en zag een groene tuin, blakende bomen en een gevulde vijver.

Een groot voordeel van verre reizen is dat je leert relativeren. In Namibië, waar ik enkele weken rondtrok, had het de afgelopen twee jaar niet meer geregend. In sommige delen van het land was zelfs al vijf jaar lang geen druppel water gevallen. Kijk, dán mag je spreken van droogte. Toch dachten lokale boeren daar nog anders over. Een van hen wees naar een paar groene bolvormige struikjes midden op een onafzienbare kale zandvlakte. ''Daar loopt een ondergrondse stroom. Als ik een put van drie tot vijf meter diep sla, heb ik water."


Groente telen was overigens geen optie meer voor hem, een paar antilopes voor de jacht houden ging nog net. Veel wilde soortgenoten waren al weggetrokken naar een naburig, natter land. Om te voorkomen dat toeristen geen olifant of zebra meer zouden spotten, en geen springbokbiefstuk meer konden bestellen, creëerden de Namibiërs kunstmatige waterbronnen in hun nationale parken. Die werden bijgevuld, of er werd water opgepompt middels zonnepanelen. Fraai en natuurlijk zag het er niet uit, maar de dieren konden tenminste hun dorst lessen. En als toerist hoefde je slechts op een bank te wachten hoe alles als een EO-natuurfilm aan je voorbij trok.

In een Himbadorp naast een van onze lodges was slechts een gemeenschappelijke kraan aanwezig. De meeste vrouwen van deze stam reinigden zich er door hun huid met vet in te smeren en dan in een lemen hut bij een vuurtje te stomen. Zo ver hoefden wij niet te gaan, al werden we wel overal discreet op waterschaarste gewezen. Dus spoelden we 's avonds het zand in een douchebeurt van een minuut af, en lieten we het gebruikelijke tussendoor-vakantiewasje dit keer schieten.

Nu ik een tijdje terug ben zit ik nog steeds in die modus. Theewater over in de waterkoker? Dat gaat buiten in een vogelschaal. De auto sop ik met twee emmers water en de tuinplanten krijgen pas water als ze terminaal zijn.

Het is een druppel op de gloeiende plaat, en uiteraard houd ik het geen maanden vol. Maar een tijdje zorgvuldiger omgaan met water maakt je wel bewuster van de waarde ervan.


Alice Plekkenpol is journalist en woont in Twente

Meer berichten