Een heerlijk winterlandschap uit circa 1605 van Pieter Beughel de Jonge.
Een heerlijk winterlandschap uit circa 1605 van Pieter Beughel de Jonge. (Foto: )

Winterlandschap van Breughel als voorbode eigen koude tijd?

door Karin Jongenelen , Rijksmuseum Twenthe - Enschede - Een echt winters tafereel in de collectie van Rijksmuseum Twenthe is dit schilderij van Pieter Breughel de Jonge uit circa 1605.

Deze schilder werd in 1564 in Brussel geboren als oudste zoon van Pieter Breugel de Oude (ja, zonder de h). Pa stierf toen Pietertje 5 jaar was en negen jaar later overleed ook zijn moeder. Pieter en zijn jongere broer Jan werden door hun grootmoeder langs moeders zijde in huis genomen en opgevoed.

Pieter Breugel de Oude was in de zestiende eeuw een gevierd schilder en zijn zonen volgden de voetsporen van hun vader. Pieter jr. ging in de leer bij de landschapschilder Gillis van Coninxloo en in 1585 werd hij meester. Hij schilderde vooral landschappen, religieuze onderwerpen en fantasie-onderwerpen vol vuur en rare wezens, waardoor hij de bijnaam 'De Helse Brueghel' kreeg. Dat laatste was natuurlijk in navolging van de werken van Jheronimus Bosch waar veel vraag naar was.

Pieter de Jonge was duidelijk minder getalenteerd dan zijn vader maar hij was een uitstekende kopiist. Nu vinden wij originaliteit in kunstwerken heel erg belangrijk maar in de zestiende en zeventiende eeuw dacht men daar echt heel anders over. Goede kopieën werden heel erg gewaardeerd. Het schilderij in de collectie van Rijksmuseum Twenthe is dan ook een kopie van een werk van Pieter Breugel de Oude uit 1565.

Op het eerste gezicht lijkt dit winterlandschap een vrolijk ijstafereeltje, maar wie goed kijkt ziet dat er meer aan de hand is. De vogelval refereert aan de onzekerheden van het bestaan. De vogels die zich onder de schuine plank hebben laten lokken, zijn hun leven niet zeker. Elk moment kan de stok onder de plank met een koordje worden weggetrokken. Vogels waren een welkome aanvulling op de dis. Ook het wak op de voorgrond herinnert aan ongeluk en gevaar. Maar vrolijkheid is er ook, mannen spelen curling en een kindje beweegt zich voort op een kaakslee. Een kaakslee bestond uit een houten plank of bakje met daaronder de kaken van een rund of paard als glijders. Ook voor de schaatsen werden soms nog botten gebruikt maar als je het kon betalen liet je echte ijzers smeden. Nu is het afwachten wat deze winter ons gaat brengen.

Meer berichten